Hallo wereld!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Bretoense Kronieken

Bretoense Kronieken

Beleefd door Dorine en Georges.

 

Eerste dag

Gepakt en gezakt vertrokken om 630  (te laat natuurlijk), richting Bretagne. Voorbij Kortrijk  is er twijfel aan de afslag Parijs. Dan maar richting Doornik waar we dan het bord “Parijs” volgen en Frankrijk binnenrijden. Eens de “payage” voorbij beginnen de wielen plots sneller omwentelingen te maken. Naarmate Parijs nadert, neemt de verkeers-stroom meer en meer toe. Als we goed en wel de “pereferique”oftewel de ring van Parijs bereiken, lijkt ons dat meer een gevarenvol mieren-nest. Gelukkig blijven we van dat gevaar gespaard. Met enige trots hebben we de ring goed gevolgd én de juiste afslag genomen. Aan de tweede payage wordt een stop ingelast om even de ledematen te strekken, een fris drankje te nuttigen en het overtollige zweet te laten verdampen. De warmte heeft namelijk het punt overschre-den waarbij een mens zich nog behaaglijk voelt, werkelijk verzengend. Vanaf hier begint Dorine bij elke stop kledingsstukken uit te spelen. Moesten we verder dan Bretagne hoeven te rijden had ik toch graag gezien wat ze uiteindelijk nog om het lijf had. Wat dat onbehaaglijk gevoel van warmte gedeeltelijk wegneemt is de prachtige natuur die we mogen doorkruisen op de uitmuntende en brede viervakssnelweg. Dat brengt met zich mee dat de snelheid opgedreven wordt en de teller constant ergens tussen de 170 en 180 km/uur aanwijst. Bij LE MANS wordt een pitsstop ingelast om te tanken en een graantje (meerdere) te pikken. Willen we vandaag Bretagne nog zien en een plaatsje vinden waar we ons vege lijf te ruste kunnen leggen moeten we er na deze rustpauze een stevige tred in houden, wat dan ook zo geschiedt. In de vroege namiddag komen we aan te Rennes, een stad waar het wemelt van het verkeer. Daar wordt eveneens een korte stop ingelast om een gedetailleerde kaart van Bretagne aan te kopen. Tijdens het raadplegen van de kaart wordt een koele drink gebruikt. Voor mezelf was dat een kop koffie. Je had mijn gezicht moeten zien toen er in de plaats van een tas iets in vingerhoedsformaat voor mijn neus werd geschoven. Het besluit: bestel in Frankrijk nooit een koffie, maar een dubbele koffie. We besluiten logies te zoeken in de streek van Ploërmel. Op weg dan maar. De snelle verbindingswegen laten we vanaf nu achter ons en wagen het ons te verplaatsen langs de secundaire baantjes.  Wat opvalt is dat die baantjes, zelfs in deze contreien, zeer onderhouden zijn. De aangehouden snelheden liggen steeds hoger dan je eigenlijk zelf wil. Natuurlijk is de gekozen route degene die afdwaalt van het beoogde eindpunt. Na enkele lieftallige Bretoense dorpjes, waaronder Pipriac, doorkruist te hebben bereiken we uiteindelijk Ploërmel. We zoeken het toerismebureau op en zijn blij dat we onze benen nog eens kunnen strekken. Eens het toerismebureau gevonden en betreden is, duurt het nog een vijftiental minuten vooraleer we geholpen worden. De loketdame houdt namelijk een gezellige babbel met een plaatselijk oud vrouwtje. Zo worden we direct geconfronteerd met de levenswijze der Bretoenen. Tijd is relatief, ze leven er als god in Frankrijk. De tijd is daar echt blijven stilstaan, zo omstreeks het jaar 1900. Bij de voorbereiding hadden we reeds beslist om de formule “chambre d’ Hote”, uit te proberen. De lokettiste stelt ons een drietal adressen voor. Twee daarvan gelegen op een rustige locatie, de laatste te Josselin, een levendig oord. Wegens bezette telefoon bij de twee rustige adressen besluiten we maar de kamer in Josselin te betrekken. Dat blijkt uiteindelijk de juiste keuze. De eigenaars laten ons de keuze tussen drie kamers. Elke kamer heeft trouwens een eigen karaktervol en thematische inrichting. Wat opvalt is de familiale opvang, de vriendelijkheid en de hulpvaardigheid bij het verstrekken van info der streek op allerlei vlak. Na een verfrissende douche beveelt de gastheer ons een gezellig en goedkoop restaurantje aan. Het eten en de bediening was trouwens magnifitastisch. Dan maar terug naar onze prachtige, rustiek ingerichte, kamer waar we van een gezonde nachtrust genieten. Het uitzicht van op zowel het terras als uit het slaapkamerraam was werkelijk subliem. Het woonhuis (meer een villa) stond in de hoogte en zo had je een prachtig panorama over het ganse dorp (s’avonds met al die lichtjes én het verlicht kasteel).

 

Tweede dag.

Na het ontwaken wordt eerst en vooral het verplichte sigaretje opgestoken en daarna krijgt het lichaam een verkwikkende beurt om de dag fris en monter aan te vangen. Tijdens het ontbijt stellen de gastheer en –vrouw hun logeurs uitgebreid aan elkaar voor waarbij het gesprek uiteindelijk alle kanten op kan en dat dus ook doet. Na het ontbijt biedt de gastheer zijn hulp aan bij het samenstellen van een lijst der te bezoeken bezienswaardig-heden. Het lijstje blijkt achteraf een lijst te zijn, maar dat komen we pas ’s avonds te weten. Veel te laat vangen we onze zoektocht aan om zoveel mogelijk schoons te kunnen zien. Van Josselin uit vertrekken we naar:

1.      Vannes: grote havenstad met oude binnenstad. Het staat er vol authentieke vakwerkhuisjes en andere monumenten. Je waant je er in de middeleeuwen. Spijtig dat de dag zo vlug gaat, anders hadden we er meer tijd voor uitgetrokken. Na het vullen der magen begeven we ons weer op weg richting;

2.    Saint Goustan: een deelgemeente van Auray. Zeer authentiek dorp, met een getijde onderhevig haventje, uit ver vervlogen tijden. Het enige wat je mist is het wapengekletter en zeerovers. Na een wandeling en de nodige foto’s vervolgen we onze weg naar;

3.    Locqmariaquer: ruw dorp met archeologische site waar je dolmen en menhirs kunt bezichtigen. Heeft een strand en haven die ook getijde onderhevig is. Het aanzicht van dit dorp spreekt ons erg aan. Nabij het dorp ligt “pointe de Kerpenhir”; het punt van de baai dat een prachtig overzicht geeft over de baai en zijn ontelbare eilandjes. We laten de “pointe”achter ons en pikken lustig bochtjes langs de vele, doch goed onderhouden landwegen die leiden naar;

4.    La Trinité sur mèr: moderne havenstad, zeilfanaten zullen hier meer dan hun gading vinden, geen tijd verliezen dus en verder op weg naar;

5.    Carnac: het dorp zelf spreekt niet aan, de nadruk is teveel toeristisch gericht waardoor de plaatselijke uitstraling niet tot zijn recht komt. Carnac bezit eveneens een archeologische site waar menhirs in verscheidene afmetingen tentoongesteld worden. Na dit alles bezocht te hebben, moet het kunnen om ook nog het schiereiland van Quiberon te bezoeken;

6.    Portivy: pittoresk dorp met een zeer kleine zeehaven. De haven heeft een ommuurde ingang, met in het midden der ingang een uit de zee uitstekende rots. Deze streek laat je toe om prachtige wandelingen te maken in een ruw landschap, doch wegens tijdsgebrek verlaten we het dorpje en de neus van mijn beier wijst richting;

7.    Quiberon; gelegen op de punt van het schiereiland. Heeft een prachthaven en op de uiterste punt staat een lieflijk, nog steeds bewoond kasteeltje. Daar de stad teveel toerisme uitstraalt en de zon langzamerhand zakt, wordt het tijd dat we ons terug richting Josselin begeven. Op de terugweg zitten we nog eens op het verkeerde spoor, dit wegens slechte aanduiding.

’s Avonds nuttigen we het avondmaal in hetzelfde restaurantje. Om de spijsvertering te bevorderen maken we een wandeling in het dorp. Je kan er verschillende kanten uit en er is genoeg variatie om iedereen te plezieren. Wegens de vrees van vochtverlies besluiten we halt te houden aan één der terrasjes waar je allerhande alcoholbevattende dranken kunt degusteren terwijl je geniet van de aanblik der oude, maar prachtig onderhouden gevels. Vermoeid, doch voldaan, leggen we ons te ruste om de volgende dag uitgerust te kunnen aanvangen.

 

Derde dag.

Bij het ochtendkrieken wordt na de gebruikelijke sigaret en de noodzakelijke begroeting van ons edel stalen ros een frisse douche genomen. Bij het ontbijt worden alle eters weer uitgebreid aan elkaar voorgesteld door het naarstige gastgezin. Het ontbijt is net als gisteren meer praten dan eten, en mijn kennis van het Frans wordt danig op de proef gesteld. De gastheer helpt opnieuw met de planning voor vandaag. We beslissen dat deze niet zo uitgebreid hoeft te zijn, daar het schema dat gisteren afgewerkt is te afmattend was voor één dag. Tenslotte rijden we morgen terug huiswaarts. Het begin van de dagtrip begint net als gisteren trouwens, véél te laat. Langs landelijke wegen rijden we naar de eerste stopplaats, namelijk;

1.      Crévy: een dorp dat eveneens aan de rivier l’Oust grenst. Dat dorp bezit een kasteeltje dat volledig in oorspronkelijke staat gerestaureerd is. Het gebouw wordt trouwens gebruikt als museum van kledij uit vervlogen tijden. Het kasteel dat vervallen was, hoorde gratis bij de aankoop van een boerderij (die in veel betere staat was). Op de landelijke wegen moet je opletten want vlak voor je neus (minder dan 4 meter) springen de herten (jawel, die lopen hier vrij rond) en komen vanuit een tarweveld de baan ophuppelen om in een wip in een bos te verdwijnen, de eerste momenten doe je toch een verschot op. Neem dat gerust van mij aan. Vanuit Crévy rijden we naar;

2.    Malestroit: levendig stadje met meer hedendaagse, doch Bretoens aandoende bouwwijze. Na de nodige wandeling en het nuttigen van het middagmaal, vertrekken we naar:

3.   St. Congard: lieflijk, prachtig onderhouden middeleeuws stadje. De straten zijn er geplaveid in kasseien, maar wel op een manier dat je niet voelt op kasseien te rijden. De voetpaden, voor zover je die zo kunt noemen, zijn zeer smal, dit in tegenstelling tot wat wij gewoon zijn. Hier voelden we ons zedelijk verplicht dit oord te verkennen. Wat we te aanschouwen kregen was werkelijk prachtig. Een middeleeuwse brug, met aan weerszijde een apart voetpad, waaronder nogmaals de rivier l’Oust, na eerst een watervalletje te passeren, kabbelend voorbij vloeit. Enkele honderden meter verder is een sas, met bijbehorend sashuis, idyllisch wachtend op toeristen om gefotografeerd te worden. De gevels der huizen zijn ook hier monumentaal en uitzonderlijk mooi, melange van eiken balken, bak- en natuursteen, lemen inzet, eenvoudigweg prachtig. Met enige spijt moeten we verder, nu naar;

4.    Malansac: het dorp laten we links (of rechts) liggen, maar we bezoeken hier wel het plaatselijk prehistorisch park. Je wordt er, na betaling aan de kassa, langs weggetjes door de oertijd gevoerd tot de periode waarin de mens intelligentie (nou ja,) begon te vergaren. Een bezoek waard, de wandeling is afwisselend in open vlakte en tussen de beschutting van de bomen. Het aangebodene is verzorgd en authentieke dingen (waaronder een dolmen) zijn te bezichtigen. Een aanrader. Het is ook in dit park dat we na aanvang van ons reisje voor het eerst terug Vlaams hoorden, we liepen er namelijk een koppel uit Diksmuide tegen het lijf. Vanuit Malansac rijden we richting;

5.    Rochefort-en-Terre: dat bij het oprijden der centrale parking een vertekend beeld geeft over deze locatie. Wanneer je echter door het kleine stadje, dat op een heuvel gelegen is, kuiert, is de aanblik werkelijk idyllisch. Het kasteel is ommuurd en hooggelegen tussen de huizen. De huizen hebben ook hier nog de authentieke gevels die voor hun ouderdom in zeer goede  staat zijn. Je waant je in een sprookjesdorp, terug in de tijd. Wat eveneens opvalt is dat vele bewoners, dit zie je niet enkel in dit stadje, hun voordeur zo maar open laten staan. Zo heb je een zicht op de inrichting der huisjes. Menig antiekliefhebber zou hier zijn hartje ophalen tussen de aanwezige schatten van onderhouden meubelen en snuisterijen. We kunnen ook hier niet blijven hangen en rijden dan maar naar de laatste stop voor vandaag;

6.    La Gacilly: eveneens een prachtdorp, in een vallei en tergend omhoog kruipend langs een heuvel. Je kan dat dorp evengoed “bloemendorp” noemen, de bloembakken en kleurrijke aanplantingen vind je hier overal waar je maar kijkt.niet te missen is ook het watervalletje. Het kabbelende water maakt je zo rustig en langs de boorden waar er praktisch stilstaand water is, zie je zo op gezichtsafstand de kleine visjes zwemmen en de libellen ronddartelen. Het is ook een dorp waar zeker een dertigtal ambachten beoefend wordt waaronder het vervaardigen van harnassen, maliënkolders en de daarbij horende wapens. Het is tevens de thuishaven van de bij de vrouwen gekende Yves Rocher. Hij heeft er zelfs zijn laboratorium waar nieuwe geuren en kleuren beproefd worden. Daar de tijd blijft tikken en we morgen de terugreis naar huis aanvatten, rijden we rustig en (na)genietend van de prachtige zichten, terug naar Josselin.

 

Na de verplichte en verkwikkende douche worden de koffers reeds gevuld met niet meer gebruikte zaken. Dan maar terug naar, jawel datzelfde restaurantje waar we gedurende ons verblijf dagelijks van een prachtbediening aan economische prijzen konden genieten. Na het spreekwoordelijke laatste avondmaal nog een wandeling en een plaatselijk biertje in een café waar je, ongelooflijk maar waar, “Brugsch tarwebier en Brugsche Tripel” vindt. Dat wordt niet besteld, een streekbier natuurlijk wel. In het gastenboek wordt een verhaal en bedankje geplaatst. Na onder de wol gekropen te zijn, word er nog nagekaart over de voorbije dagen en de geziene dingen.

 

 

Vierde dag.

Na het ontwaken en de frisse douche worden de koffers verder gepakt en de reeds gepakte koffer wordt reeds aan de BM gevestigd. Tijdens het ontbijt wordt er opnieuw overvloedig gepraat. Omstreeks 10 uur kan de beier eindelijk aan de praat worden gebracht na een afscheid van ons gastgezin (wat bij Bretoenen blijkbaar lang duurt). Vlug nog een foto met deze vriendelijke mensen en we zijn op weg. Langs de “Mont St. Michel” wordt er in de gietende regen vlug een stop gemaakt om van dit monument een foto te nemen. Daarna rijden we richting Avranches waar een lichte maaltijd genuttigd wordt. Dan verlaten we definitief onze reisbestemming en stevenen langzaam maar zeker huiswaarts. Langs de kustverbinding proberen we zo snel mogelijk thuis te geraken, doch dat wil soms niet lukken en bij tijd en wijle moet er gestopt worden om de kaart te raadplegen. Na vele stops en nog meer uren bereiken we omstreeks kwart na tien ’s avonds de finish. Vermoeid en gekraakt rijden we de oprit op en na het ledigen der koffers leggen we ons te ruste. Het Bretoens avontuur, is spijtig genoeg, veel te vroeg aan zijn eind gekomen.

Geplaatst in Geen categorie | 2 reacties

Moncontour Bretagne

Geplaatst in Geen categorie | Een reactie plaatsen